Passie in en voor het voetbal

Just (derde van links) met leider Frans Crul.

Mijn eerste echte voetbalstappen liggen achter wat toen de grote houten tribune was. Ik was een jaar of acht, negen en alleen al het dragen van het blauw en wit was magisch. Klein van stuk mocht ik in de “Onderlingen” voetballen met “grote” jongens als Frans Jansen en Otto Smit; Frans Crul was mijn leider. En met “Celtic”, mijn team in de Onderlingen, werden we meteen herfstkampioen. De passie voor voetbal, die er natuurlijk al was, was definitief tot leven gewekt.

Die passie, daar kom je nooit meer vanaf. Voetbal blijft aan je kleven. Het maakt niet uit of je de Champions League finale bekijkt in een luidruchtig stadion in Istanboel of dat je langs de lijn staat op veld 5: zodra de bal rolt, voelt het alsof je onderdeel bent van alles wat er om je heen gebeurt.

Wat mij altijd zo fascineert, is hoe breed het begrip “passie” zich in het voetbal uit. Neem nu de ouders langs de lijn. De vader van Jesse is er rotsvast van overtuigd dat zijn zoontje van negen “een pure nummer tien” is, terwijl iedereen kan zien dat de jongen voorbestemd is voor de lagere regionen van het seniorenvoetbal. Of de moeder van Emma, die elke beslissing van de scheidsrechter betwist en dat luidkeels laat horen “Hééé scheids!” Het is aandoenlijk en ook wel wat gênant, maar gedreven door de liefde voor het spel (en voor zoon of dochter).

En ga eens kijken bij een veteranenteam. De derde helft overtreft meestal ruimschoots de voorafgaande twee. Ook als er objectief gezien nauwelijks van prestaties op het veld gesproken kan worden, de verhalen zijn goed, het kampioenschap altijd dichtbij en hoewel er deze keer verloren werd, was dat eigenlijk onverdiend. Ook dat is passie.

De mooiste voorbeelden van passie vind je misschien wel bij onze vrijwilligers, ik heb er vaker over geschreven. Zonder Jan Chris die de kaartjes verkoopt, Bianca die het bestuur van de tegenstander in de watten legt, Matthijs en Edwin die feilloos alles regelen voor het Eerste, Joke die zich suf communiceert, Frans, Gijs en kompanen die elke week weer in het zwart over de velden draven, of al die anderen die actief zijn voor onze club staan we collectief stil. Waarom doen ze het? Niet voor het geld, maar vanwege hun passie voor het voetbal en voor onze club. Ze krijgen iets dat je niet kunt kopen, maar dat enorm veel waard is.

Zonder passie is voetbal voetbal niet. En dat is precies waarom ik afgelopen zondag zo teleurgesteld was tijdens de wedstrijd Litouwen – Nederland. Na het puntverlies tegen Polen was ik ervan overtuigd dat de spelers vonden dat er iets goed te maken viel; ik rekende op vuur, strijd en beleving. Maar de passie was bij onze jongens ver te zoeken. Het was plichtmatig, hoogmoedig en zonder beleving. Daarom kreeg het nietige Litouwen vleugels en maakte het ons Oranje, gevuld met spelers uit de grote competities van Europa angstig en kreeg het bijna op de knieën. Technisch was het allemaal nog wel OK bij Oranje, maar er zat geen ziel in. En dan wordt de nummer 143 van de wereld opeens ook een tegenstander die moeilijk te verslaan is.

Wij noemen het “een leven lang HFC”. Dat is het gevoel van verbondenheid met het mooiste spelletje van de wereld, en met elkaar. Ik denk dat dat de kern van de passie in en voor het voetbal is: uiteindelijk gaat het niet om de stand, niet om de prijzen, maar om de verhalen die je eraan overhoudt en het verhaal waar je deel van uitmaakt. De gebroken neus na een ongelukkige botsing met een teamgenoot, de gemiste penalty in de allerlaatste seconde van een degradatieduel, die bal op de lat buiten bereik van Piet Schrijvers.

En dus blijf ik elke week kijken. Bij het Eerste, bij de veteranen en bij de jeugd. Want hoe vaak HFC ook wint of verliest, na 146 jaar weten we dat er altijd weer een volgende wedstrijd komt. En die kunnen we winnen. Of verliezen.

Just Spee
Voorzitter Koninklijke HFC

Voorzitter Overzicht