Mijn moeder

Afgelopen week was ik koffiedrinken bij mijn moeder. Zij woont bij mij in de buurt en wanneer ik een wandelingetje maak, ga ik vaak even bij haar langs. Inmiddels is zij acht en tachtig, maar nog steeds heeft ze in niets haar scherpte verloren. En haar geheugen is ook nog uitstekend, want ze weet van heel veel mensen, en zeker HFC’ers, nog van alles en nog wat: hoe oud ze zijn, hoelang ze al lid zijn van HFC, waar ze wonen of gewoond hebben, hoeveel kinderen ze hebben, etc. En ook het dagelijks nieuws gaat niet aan haar voorbij, ze leest veel, weet ook van veel dingen iets af en heeft vaak een duidelijke mening.

Enige tijd geleden was ik weer eens bij mijn moeder langsgegaan en we spraken over van alles en nog wat en natuurlijk over de mensen die zij of ik de dagen voorafgaand gesproken hadden. Wat mij altijd opvalt is dat zij ook mensen die inmiddels al ruim in de zeventig zijn nog als jong of relatief jong aanduidt. Zo kwam Eelco Klein ter sprake; ik had hem kort daarvoor gesproken bij het reünistendiner. Eelco en ik kennen elkaar al lang. In de jaren dat ik in het Eerste speelde - zo’n veertig jaar geleden inmiddels - trainde hij wel eens met ons mee voor zijn conditie; hij was scheidsrechter in die tijd. Ik vertelde mijn moeder dat ik Eelco gesproken had en in het gesprekje dat volgde zei mijn moeder dat hij nog wel jong moest zijn. Ik dacht daar toch wat anders over, waarop mijn moeder in een oude HFC-ledenlijst ging kijken hoe oud of jong hij dan wel was. Ze kwam terug met een duidelijk antwoord “Ik wist het wel, hij is nog jong, pas midden zeventig”.

Enfin, de afgelopen week was ik dus weer bij mijn moeder. Na een uurtje haalde ze plotseling iets tevoorschijn en gaf het mij. Het bleek een sigarettendoosje te zijn. Voor de jongeren onder ons: een sigarettendoosje is een bewaardoosje voor 10 – 20 sigaretten; vierkant of langwerpig van vorm en vaak van metaal, soms verzilverd. Vroeger hadden veel mannen en sommige vrouwen zo’n doosje bij zich. En vaak boden ze anderen vanuit dat doosje ook sigaretten aan. Het doosje dat mijn moeder mij gaf zag er ook zo uit, maar had een HFC-vlaggetje op de voorkant. Dat vlaggetje zag er vrijwel net zo uit als de huidige gouden speld en had ook ongeveer dezelfde afmetingen. Aan de binnenkant stond een inscriptie waaruit bleek dat het in 1923 door de spelers van HFC 1 aan Karel Lotsy was geschonken. Dat moet uit dankbaarheid geweest zijn voor Lotsy’s inspanningen om het Eerste na enige jaren van verval weer terug te brengen op het hoogste niveau, hetgeen in kortst mogelijke tijd lukte. Bij het opruimen van wat zaken had ze dat doosje gevonden en het netjes opgepoetst. Ze wist niet precies meer hoe ze eraan gekomen was, maar ze vermoedde dat ze het van de kleindochter van Lotsy gekregen had. Die kleindochter, Yms, en mijn moeder kennen elkaar uit Domburg en spreken elkaar nog regelmatig. (Overigens, Yms is nog jong, zeker nog geen tachtig.)

Uiteraard heb ik het doosje in dankbaarheid aangenomen en afgelopen zaterdag aan de Archiefcommissie in de persoon van Bert Vermeer overhandigd. In ons prachtige archief, daar hoort het natuurlijk thuis. Er zullen vast foto’s van genomen worden die iedereen dan weer digitaal kan bekijken. Een honderd jaar oud sigarettendoosje met HFC-vlag en inscriptie, we staan in een lange traditie.

En jong? Ja, jong van geest blijf je net als mijn moeder als je je openstelt voor nieuwe dingen en tegelijkertijd het oude dat goed is koestert.

Just Spee
Voorzitter Kon. HFC

 

 

Voorzitter Overzicht