Gerrit Peijs kreeg als voetballer van Haarlem wel eens wat toegestopt van een supporter: ’Ik mocht van mijn vader nog geen contract tekenen’

Als je over twee dagen 75 wordt en je stelt dat je nooit ergens spijt van hebt gehad, dan kan je terugkijken op een gelukkig leven. Dat doet voormalig profvoetballer, leraar Nederlands, voetbalcoach en huidig hersteltrainer van Koninklijke HFC Gerrit Peijs dan ook.

De Spaarndammer is onlosmakelijk verbonden met de in 2010 tragisch om het leven gekomen eerste en eredivisionist HFC Haarlem waar hij vijftien seizoenen de clubkleuren rood en blauw verdedigde.

Toch beleefde hij zijn mooiste voetbalperiode niet aan de Jan Gijzenkade in Haarlem-Noord, maar in het Nederlands militair elftal. „Die achttien maanden tussen december 1965 en mei 1967 zou ik graag nog eens herbeleven.”

Een goede dosis talent gekoppeld aan een onwaarschijnlijke wil om te winnen, maakten van Peijs al vanaf jonge leeftijd een voetballer die een trainer graag in zijn elftal heeft. Hij was nog piep toen hij in het seizoen 1963-1964 met Beer Wentink de overstap maakte naar het vlaggenschip op leeftijd dat snakte naar vers bloed.

„Ik heb anderhalf seizoen op amateurbasis in het eerste van Haarlem gespeeld. Als rechtsbinnen in een 3-2-5 systeem. Ik verdiende geen dubbeltje. Soms kreeg ik iets toegestopt door een supporter. Zo over het hek heen. Haarlem bood mij wel een contract aan, maar daar was mijn vader op tegen. Die vond dat ik eerst de HBS moest afmaken. En gelijk had-ie.”

Weggeplukt
Na anderhalf jaar werd Peijs bij Haarlem gratis en voor niks weggeplukt door landskampioen DWS. „Ik kreeg een tweejarig contract als fullprof met een basisvergoeding van 15.000 gulden per jaar. Dat was heel veel geld. Mijn vader vond het prima want ik had inmiddels mijn HBS-diploma op zak. Bovendien was ik 19 jaar en dus tekenbevoegd.”

Het Amsterdamse DWS beschikte over een prima scoutingsapparaat, want naast Peijs werden in 1965 Rob Rensenbrink, Piet Schrijvers en Joop Wildbret binnen gehengeld. Geen transferbedragen, want allemaal contractloze amateurs.

Terwijl Peijs zijn stinkende best deed om zich in de basiself van DWS te knokken, ging een maatschappelijke droom in rook op. Een voorgenomen studie aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding kon de jonge profvoetballer op zijn buik schrijven. Het leger beval hem in december 1965 zijn dienstplicht te vervullen. De domper was van korte duur, want dankzij zijn fulltime profcontract bij DWS kreeg hij direct een basisplaats in het militaire voetbalelftal.

Achttien zeer interessante en avontuurlijke maanden waren het gevolg. Hoewel Nederland anno 2020 nog altijd over een nationaal militair voetbalelftal beschikt, stelt het sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1996 kwalitatief nog maar weinig voor. In 1965 lag dat wel even anders.

DWS’er Peijs speelde onder de bevlogen en kundige leiding van trainer-coach Jan Zwartkruis zeer interessante wedstrijden. Oefenduels in binnen- en buitenland tegen tot de verbeelding sprekende tegenstanders. De selectie herbergde menig topper. Wim Suurbier, Barry Hulshoff, Wim Jansen, Gerrie Mühren, Jan Mulder en Willy van der Kuijlen waren van dezelfde lichting als Peijs.

Ook werden er interlands gespeeld tegen militaire teams van ijzersterke voetballanden als Portugal, Frankrijk, België, West-Duitsland en Turkije. In de weekenden mochten de voetballers de kazerne verlaten om voor hun eigen clubs uit te komen. Veel fitter dan in hun legertijd zullen de heren nooit meer zijn geworden.

Sportieve vrijheid
Doordat jonge twintigers als Peijs in hun diensttijd ’boven de sterkte’ zaten (simpel gezegd werden de opgekomen heren dankzij hun voetbaltalenten bestempeld als ’overbodig’), genoten zij van een grote sportieve vrijheid.

De voetballer Peijs werd in zijn achttien maanden bij de landmacht een volwassen speler. „Alleen al door met iemand als Wim Jansen te voetballen. Ik kon altijd de bal aan hem kwijt. En als ik als rechtsback de diepte zocht gaf hij de bal altijd op maat. Zo’n gast maakt voetballen zoveel makkelijker.”

Geen zwaar legerleven dus voor de voetballende militairen. Maar de kantjes ervan aflopen was er niet bij. Niet op het veld; niet er buiten. Tijdens officiële gelegenheden voor of na de wedstrijden dienden de soldaten strak in het pak te verschijnen. Smetteloze uniformen, gestreken stropdassen en gepoetste schoenen. „Als je je daar niet aan hield, werd je direct uit de selectie gezet.”

Kweekschool
Nog tijdens zijn diensttijd besloot Gerrit Peijs zijn tweejarig contract bij DWS niet uit te dienen. „Ik was er in Amsterdam achter gekomen dat een leven als fullprof niet voor mij was weggelegd. Aan alleen voetbal had ik niet genoeg. Dus ging ik terug naar HFC Haarlem, werd er semi-prof, ben naar de kweekschool gegaan en stond een kleine veertig jaar voor de klas.”

Het steekt Peijs niet dat hij de absolute top nooit haalde. „In het veld wilde ik er alles voor doen. Er buiten wilde ik er niets voor laten. Daar red je het niet mee. Voetballen was mijn grote hobby. Ik heb ervan genoten. Zeker in mijn diensttijd.”

Bron: Haarlems Dagblad, Rob Spierenburg
© Foto United Photos/Paul Vreeker

 

 

Nieuws Overzicht