Doelman Tom Boks wil tot het einde van het voetbal seizoen met Koninklijke HFC meedoen om de titel

Terwijl Koninklijke HFC in de eerste seizoenshelft 2019-2020 zeven tegengoals meer te slikken kreeg dan in de eerste zestien wedstrijden van het vorige voetbaljaar, lijkt doelman Tom Boks alleen maar sterker te zijn geworden.

Aan zijn reflexen mankeert helemaal niets. Maar vooral in één tegen één situaties toont de in Schipluiden geboren goalie een grootse vorm. Al vele maanden is hij voor doorgebroken spitsen een hoogst irritante sta-en-lig-in-de-weg. De 28-jarige Boks erkent dat hij lekker in zijn vel zit. Hij is momenteel aan zijn vijfde seizoen bezig bij Koninklijke HFC. Een zesde zal hoogstwaarschijnlijk volgen. „Daar komen we wel uit”, belooft de twee meter lange accountmanager van een softwarebedrijf.

Dat de Haarlemse tweededivisionist tot op heden wat meer tegentreffers incasseerde, zal ongetwijfeld te maken hebben met de vele personele wisselingen in de laatste linie. Centrale verdediger Peet van der Slot ontbreekt al vele maanden. Ook rechtsback Daniël van Son moet al lange tijd verstek laten gaan. De twee zijn overigens op de weg terug. Danny Hols miste een aantal wedstrijden. Net als Oscar Wilffert die bij het Amsterdamse AFC een zware hoofdwond opliep. Nieuwkomer Paul Kok moest aan zijn nieuwe club wennen; Wessel Boer aan zijn nieuwe werkplek.

Dat al het noodzakelijke geschuif invloed heeft gehad op de soliditeit van de Koninklijke vijfmans muur mag duidelijk zijn. Als je dan over een doelman beschikt die bij toenemende druk alleen maar beter gaat presteren, is dat natuurlijk mooi meegenomen. „Ik geloof dat ik in mijn tijd bij HFC mijn beste eerste seizoenshelft heb afgeleverd”, kijkt Boks terug op de eerste zestien wedstrijden die de ’Koninklijke’ met 30 punten een (gedeelde) derde positie opleverden.

Sfeer
Dat Boks zich ’senang’ voelt heeft alles te maken met de sfeer die de spelersgroep en de technische staf typeert. „Je mag je fouten maken en je kan je zegje doen. De vriendschapsbanden zijn zo hecht dat veel spelers daar hun keuze voor de toekomst op baseren. Zo’n sfeer zie je zelden bij clubs die op dit hoge niveau spelen.”

Je moet van goeden huize komen wil je Tom Boks uit zijn tent lokken. Een leger bloedfanatieke supporters van de tegenpartij die in zijn nek staat te brullen, lukt dat in elk geval niet. „Voor dat soort situaties ben ik niet meer gevoelig. Ik maak een grapje met die gasten en doe mijn werk.”

Ook in zijn jeugdjaren was de Westlander altijd zijn stabiele zelf. Hij startte op zesjarige leeftijd als voetballertje bij VV Schipluiden. Hij begon er in de spits. Toen drie jaar later een teammaat resoluut besloot om met keepen te stoppen, mochten alle veldspelertjes het proberen onder de lat. Tom blonk uit en had zijn plek gevonden. Op zijn tiende mocht hij het bij Feyenoord laten zien. Vijf jaar later vertrok hij er weer. „Feyenoord stopte met de D2 en de C2 waardoor er voor een keeper te weinig plek was.”

Na vijf jaar dromen over profvoetbal ging hij gewoon weer terug naar het oude nest dat VV Schipluiden heette. „Natuurlijk wilde ik graag profvoetballer worden. Maar ik kan mij niet herinneren dat het voelde alsof mijn hele wereld instortte.” Bij ADO Den Haag kreeg hij een nieuwe kans. „Ik was zestien. Ik heb veel getraind onder Maurice Steijn. Die had vanaf de eerste dag groot vertrouwen in mij. Dat was trouwens in de tijd dat ik de lucht in vloog.” Ondanks de groeispurt, die pas was uitgewoekerd toen Boks de twee meter had aangetikt, bleven blessures uit.

Na vier jaar bij ADO in de jeugd bij diverse elftallen het doel te hebben verdedigd, kreeg Boks een plek in de seniorenselectie van de eredivisionist. Na een jaar kon hij bijtekenen, maar deed het niet. „Ik wilde meer speeltijd. Dat zat er bij ADO niet in. Dus ben ik naar de amateurs van Scheveningen gegaan en mij gaan richten op een maatschappelijke carrière.” Spijt kreeg hij nooit. „Ik heb mooie stappen gemaakt en vind het heerlijk dat ik inmiddels bij HFC op het hoogste amateurniveau kan voetballen. En ik verdien er nog mee ook.”

Ambities
De uitkomst voorspellen van het huidige seizoen is een riskante bezigheid. Het uitspreken van ambities is een stuk veiliger. „Ik zou willen dat wij tot het einde van het seizoen een rol blijven spelen”, aldus Boks. „Dat wij drie of vier wedstrijden voor het einde nog serieus meedoen om de titel. Dat is een stuk leuker dan vorig jaar toen we na 24 wedstrijden niks meer te winnen en niks meer te verliezen hadden.”

Bron: Haarlems Dagblad, Rob Spierenburg
Foto: Pim Hols

Nieuws overzicht