Zaterdag 23 november 2019 IJsselmeervogels HFC 1-5

Het novembernummer van mijn lijfblad Onze Taal verscheen met een artikeltje over het IJsselmeer en kon daarbij niet om onze tegenstander van vandaag heen: “zo ongeveer de nummer één van de Nederlandse amateurclubs”, aldus de tekst. Dat laatste klopt wel, maar ‘IJsselmeer’? De club huist in Bunschoten-Spakenburg en dat ligt helemaal niet aan het IJsselmeer. Althans niet meer.

Het karakter van de beide, tot één gemeente samengesmolten, dorpen verschilt daarin dat Bunschoten, aan de zuidkant, een boerendorp was, overigens ooit met stadsrechten, en dat Spakenburg altijd een vissersdorp is geweest, zo leert ons Wikipedia.

De club IJsselmeervogels werd opgericht in 1932, hetzelfde jaar waarin de aanleg van de Afsluitdijk tot stand kwam. De naam van de club moet dus net op tijd zijn gekomen, want om tegenwoordig van de bewoonde grens van de gemeente naar het huidige IJsselmeer te komen, moet je je weg banen via de randmeren zoals het Eemmeer, het Gooimeer en het IJmeer langs de Flevopolder om via het Oostvaardersdiep langs de Markerwaard eindelijk in het restant van het IJsselmeer te belanden.

De ooit beruchte Zuiderzee – Zuyder Zee – “waarop zeilschepen tegen de storm moesten opboksen, heeft nog altijd een woester en romantischer imago dan zo’n tam en braaf IJsselmeer”, zo schrijft Onze Taal, is opgeknipt in stukken polder, meren, vaarten en plassen. Als gevolg van de aanleg van de Afsluitdijk heeft het ooit zoute zeewater van de Zuiderzee plaats moeten maken voor een brakke substantie waarin thans zich andere vissoorten thuis voelen dan voorheen. Maar vissen in het IJsselmeer kun je nog altijd.

Maar ondanks alles is het karakter van stoere vissers, voor de duvel niet bang, blijven hangen. Daarvan getuigt de prominente rol die IJsselmeervogels, met zeven landstitels, in het vaderlandse amateurvoetbal tot nu heeft gespeeld. Reden genoeg om de sportieve botsing van vandaag tegen de lijstaanvoerder met gedempt optimisme tegemoet te zien. Bang? Nee. Ontzag? Ja.

Al na tien minuten had het 1-0 voor de Bunschoters – of Spakenburgers? – kunnen, of moeten, staan. Keeper en verdedigers van HFC keken elkaar aan en met kijken hou je geen bal tegen. Dat is mij althans nooit gelukt. Gelukkig werd de bal woest over geschoten. Daarna bleken beide ploegen aardig in evenwicht te zijn zonder tot reële mogelijkheden te komen. Na een half uur beet HFC van zich af via Floris van der Linden, maar diens schuiver scheerde – zeg maar bijna ‘schoor’ - de paal. Aan de buitenkant. En dat is dan geen doelpunt, zoals wij allen weten.

Na ruim een half uur was het uit het niets opeens wel raak. Een schijnbaar lukraak weggeschoten bal uit de rood-witte verdediging bleek een briljante pass om een counter in te leiden. Terwijl de HFC-verdediging nog met de eigen aanval bezig was, werd de man-meer-situatie ons noodlottig: 1-0 in de 33e minuut. In deze stand kwam tot aan de rust geen verandering. “Nou , niet slecht”, dachten wij langs de kant. “Hoef je je niet voor te schamen. Zeker niet weggespeeld. Kansen? Ach, geen van beiden eigenlijk gehad. Kan best nog wel.”

Nou, na de rust kon het best nog wel. We moesten in de eerste minuut na de hervatting alleen nog wel ‘even’ een vrije schop op de rand van ons strafschopgebied overleven, maar dat lukte. Toen kwam ‘dé minuut van Sam van Huffel’. Hij pikte de bal vanuit de eigen verdediging op, soleerde in een razend tempo naar voren, kapte de doelverdediger uit en tekende in de 47e minuut de gelijkmaker aan. Dat de treffer uiteindelijk als ‘eigen doelpunt’ op het conto van verdediger Gillian Justiana werd geschreven, omdat hij de laatste was die de bal nog beroerde, doet niets af aan het feit dat alle eer naar Van Huffel ging. Wat een heerlijke actie! Kijk op de website van HFC bij HFC TV en geniet!!!

Na die ene minuut van Van Huffel kwamen er twintig van het hele team, want in de 68e stond het al 1-4. Een vloeiende combinatie tussen Floris van der Linden, die vandaag weliswaar niet scoorde maar zijn werkzame deel ruim leverde, en André Morgan bracht Joël Donald in stelling en diens kopbal was voldoende voor de 1-2. Vijf minuten later was het weer André Morgan, wiens fijngevoelige assist Donald opnieuw in staat stelde om een doelpunt, en daarmee zijn tweede, te maken: 1-3. Vanaf dat moment lukte alles bij HFC. Een rommelige situatie voor de goal en een hakballetjes achter zijn standbeen langs van Lars Weistra zorgden voor de 1-4 en het slotakkoord was voor Sam van Huffel, die zijn onhoudbare schuiver in de uiterste hoek nu wel op zijn naam kreeg. Met de aldus verkregen 1-5 was er, met nog een minuut of twaalf te gaan, voor zelfs de meest verstokte Bunschoter-Spakenburger geen hoop meer.

Tijd voor wissels dus. Achtereenvolgens maakten Floris van der Linden plaats voor Khalid Tadmine, Lars Weistra voor Louk Dekkers en Sam van Huffel voor Kevin de Visser, welke laatste hopelijk nu definitief afscheid heeft genomen van een lange tijd blessureleed. Andere bijzonderheden: Oscar Wilffert beleefde, na zijn in de uitwedstrijd tegen AFC opgelopen ziekmakende gezichtsverwonding, zijn rentree in het Eerste en maakte de negentig minuten soeverein ‘gewoon’ vol. Dat laatste deed ook Joël Donald, waarmee Gertjan Tamerus het vertrouwen in deze speler onderstreepte. Met twee doelpunten van Donald bleek onze trainer het weer eens bij het rechte eind te hebben gehad.

Een en ander betekende wel dat Franklin Lewis geslachtofferd werd, maar die heeft het in de afgelopen weken niet makkelijk gehad. Rechtsachter is niet helemaal zijn plaats, maar in de periode van afwezigheid van Oscar Wilffert, en de eveneens geblesseerde Danny Hols, zat er niets anders op. Maar Tamerus zal Lewis zeker niet uit het oog verliezen.

Afgezien van de euforie over de uitslag: ik zag vandaag een wedstrijd zonder wanklank, met een enkele gele kaart, uitstekende leiding van scheidsrechter Cairo en zijn team, spelers met respect voor elkaar en elkaars ledematen, een gastvrije ontvangst en een sportief publiek.

Ja, en dan dat IJsselmeer dus. Ik zit er toch mee. De clubs uit de Bollenstreek hebben een soort herenakkoord, heb ik gelezen. Geen gevis in elkaars vijver. Kunnen wij dat óók niet met een paar clubs doen? Net hebben we weer een paar fraaie exemplaren uitgezet of er wordt alweer gehengeld en, wat erger is, ook gevangen!

Met een naam als Kevin de Visser ben je natuurlijk een ‘sitting duck’ voor clubs rond visgebieden en hun randmeren, maar die is weer terug bij HFC. Maar aan het eind van het seizoen is het ’Dag Lars’ en ‘Dag Floris’ en ‘Dag weet ik veel’. De Bollenstreek in het Westen heeft zich kennelijk voorzien van een soort van verdedigingslinie, dus ten oosten van Haarlem - zeg maar zo rond Bunschoten-Spakenburg - ligt het terrein braak en dat lokt. Ik kan het me wel voorstellen: ik gun de jongens van harte hun financiële en sportieve kansen. Je zult maar een studieschuld hebben of, nog erger, een vriendin met wie je een huis wilt kopen. Maar het doet pijn.

Ach ja, het hoort erbij en je moet je erbij neerleggen. Dat doet Ajax ook als ze Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt zien vertrekken. Uithuilen en opnieuw beginnen. Het is de realiteit  van de dag. Maar de deur aan de Spanjaardslaan blijft open staan en dat weet Kevin de Visser nu ook.

Maar mijn hart zegt: ga in je eigen vijver vissen. Het IJsselmeer bijvoorbeeld.

Bert Vermeer

Opstelling HFC: Tom Boks (k), André Morgan, Oscar Wilffert, Wessel Boer, Paul Kok, Vincent Volkert, Jacob Noordmans, Lars Weistra (’81 Louk Dekkers), Sam van Huffel (86’ Kevin de Visser), Joël Donald en Floris van der Linden (’77 Khalid Tadmine).

 

 

 

 

Nieuws overzicht