Franklin Lewis levert dagelijks keihard gevecht

‘Ik ben veel te vroeg volwassen geworden’
Een ongelooflijk verhaal. Franklin Lewis is niet alleen het kind van twee dove ouders. Sinds zijn negende voedt de net twintigjarige aanvallende middenvelder van Koninklijke HFC zijn drie broertjes op en woont nu ook een oudere broer in met wiens leven hij zich liever niet bemoeit. Ondanks dat het bij Ajax en AZ mislukte, droomt Lewis nog steeds van een loopbaan als betaald voetbalspeler.
image_1_2.png

“Daar. Die zwarte tegels waren toen wit. Die gebruikten we als doel.” We zijn in Haarlem. In Schalkwijk, de Europawijk om precies te zijn. Op het minipleintje aan de Frankrijklaan was Lewis als kind dagelijks te vinden. Een doeltje aan de andere zijde ontbreekt. “De paar struiken die er staan. Niet lijnrecht tegenover de witte streep, maar die beschouwden we als het andere doel. De speeltoestellen, die er nu nog steeds staan, kenden toen oudere versies. Voor ons geen belemmering. We voetbalden altijd door. Over straat, tussen de auto’s, dat maakte niet uit.”

Het betekenden de lichtpuntjes in zijn jeugdjaren. “We voetbalden vaak tegen andere buurten. Schalkwijk bestaat uit vijf wijken, die elkaar vaak uitdaagden. We voetbalden ook in de pannakooi een paar straten verderop aan de Laan van Angers. Mijn broers Fernando en Frencel, die allebei in de jeugd van Ajax speelden, deden elke dag mee. Net als Lesly de Sa en Terell Ondaan. Fernando (nu Willem II, red.) pakte me extra hard aan. Zij waren vijf, zes jaar ouder. Ik leerde daar het dribbelen. Drie, vier man passeren in een actie is nog steeds een van mijn handelskenmerken.”

Vader
Vanaf het bankje op het plein kijkt hij om zich heen. “In deze wijk wonen heel veel verschillende nationaliteiten. Het is niet makkelijk hier.” Aan het einde van het bijna drie uur durende gesprek komt alles naar buiten. “Ik heb dit verhaal nog nooit verteld in de media. Mijn meeste medespelers weten het niet. Mijn trainer (Gertjan Tamerus, red.) kent een stukje.” Hij haalt adem. “Ik ben het kind van twee dove ouders. Daarnaast treed ik sinds mijn negende als vader op voor mijn drie broertjes. Het contact met mijn vader heb ik al vroeg verbroken. Ik heb geen behoefte om hem te zien. De vader van mijn broertjes al helemaal niet. Ik probeer mijn drie broertjes te geven wat ze verdienen. De tweeling is nu elf jaar, de jongste is tien.”

Lewis is net twintig, maar spreekt als een volwassene. “Dat hoor ik vaker. Als je op veertienjarige leeftijd ouderavonden bezoekt, leer je dat wel. Mijn moeder kan mede vanwege haar handicap niet naar die avonden. Ik communiceer met haar via gebarentaal. Zelf aangeleerd. Gelukkig kan ze ook liplezen. We hebben regelmatig discussies. Normaliter zou dat hooguit een paar minuten duren. Omdat mijn moeder doof is, staan wij weleens een halfuur tegenover elkaar. En dan wil ze me soms nog niet geloven.”

‘Ik communiceer met mijn moeder via gebarentaal’

image_2_2.png

Hij kijkt voor zich uit. “We hebben het niet breed. Op mijn vijftiende ben ik al gaan werken. Eerst bij de strandtent van de vriendin van Fernando in Zandvoort. Afwassen, drankjes rondbrengen. Ook werkte ik in een schoenenwinkel. Kwam ik ’s avonds thuis en bestelde ik direct eten voor mijn broertjes. Ook kocht ik kleertjes voor ze. Hé, daar heb je een van de tweeling.” Een jongen in trainingspak van Koninklijke HFC betreedt het pleintje. “Mag ik de bal?”, vraagt hij aan Franklin. Die gooit hem het leer toe.

“De tweeling speelt nu in Koninklijke HFC Onder 11-2, de jongste in Onder 10-1. Zaterdagochtend probeer ik te gaan kijken. Andersom komen ze ook regelmatig naar mijn wedstrijden. Ze hebben in hun jonge leven al heel veel meegemaakt. Nadat mijn een na oudste broer weer bij ons is komen wonen, is die situatie niet gemakkelijker geworden.” Diens verhaal wil Franklin liever niet gepubliceerd zien. “Ik hoop nog steeds dat hij zijn leven op de rit krijgt.”

Verleidingen
“Mijn leven had er ook heel anders uit kunnen zien. De lijn tussen het goede en slechte pad is dun. Tot de dag van vandaag koos ik ervoor om niet de gemakkelijkste weg in te slaan, maar op het rechte pad te blijven. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Opties waren er genoeg, maar ik heb telkens afscheid kunnen nemen van dat soort vriendjes en stootte ze zonder pardon uit mijn leven of het cirkeltje waarmee ik omging.”

Op zijn zevende vertrok Franklin naar Ajax. “Ze kwamen kijken voor Mounir Mounji, met wie ik nu samenspeel bij de Koninklijke en toen bij DCO. Een week later kwam hij naar me toe. Wij mogen op stage komen. Ik geloofde dat niet. Allebei konden we daarna blijven. Justin Kluivert en Bobby Adekanye zaten ook in ons team. Na een goed eerste jaar kwam ik in de E2 terecht. Pittig. Persoonlijk had ik veel problemen. Op school, thuis. Trainer Martin Dorré praatte echter niet met me, besteedde geen aandacht aan me, begreep me niet. Ik ben niet het type dat uit zichzelf naar een trainer loopt. Het botste flink. Jammer, maar ik neem hem niets kwalijk. Het was mijn eigen schuld. Ik wist dat ik beter kon. Daarover ging ik nadenken en daardoor werd ik nog onzekerder aan de bal en speelde ik slecht.”

image_3_2.png

Ajax raadde Lewis aan om naar HFC Haarlem te gaan. Nadat de club failliet ging, werd hij door AZ opgepikt bij Olympia Haarlem. “Het eerste jaar ging geweldig. Het tweede seizoen in de Onder 14 was een kopie van dat bij Ajax. Ik heb een grote mond en in die periode het nodige geroepen waar ik nu spijt van heb. Op een gegeven moment dacht ik: fuck it, dan maar niet. Ik had teveel dingen aan mijn hoofd die een jongen van die leeftijd niet hoort te hebben. Mijn gedrag was in die periode dramatisch. Op school stond ik vaker op de gang dan in de klas. Werd ik meerdere keren per dag uit de les gestuurd. Ik haalde van alles uit waarvan ik de gevolgen niet inzag. Een voorbeeld? Ik zat op de middelbare school, het Willem Blaeu College in Alkmaar. Tijdens een uitje in het centrum kocht ik met een vriend stinkbommetjes. Die staken we overal in het centrum af. Tot in de Mediamarkt aan toe. Nu vraag ik mezelf af waarom ik dat deed. Toen dacht ik daar geen seconde bij na. Een dag later moest ik me melden bij het hoofd jeugdopleiding van AZ. School had de club ingelicht. Ook, omdat ik veel spijbelde. Ik moest beterschap beloven en een brief schrijven aan ondernemers in het centrum om excuses aan te bieden. Dat deed ik. Maar het was op dat moment slechts korte termijn handelen.”

Op aanraden van AZ sloot hij zich aan bij Koninklijke HFC. “In de C1 draaide ik daar een geweldig jaar. Ik scoorde niet alleen twintig keer, maar gaf ook meer dan zeventig assists. Niet normaal. Alles wat ik met een bal deed, pakte goed uit.” Dat viel samen met het moment dat Rik Verhage, toenmalig coördinator van de onderbouw, hem onder zijn hoede nam. “Hij kreeg me op het goede pad. Ik had eindelijk iemand die naar me luisterde. Iemand die me elke dag belde, die me meerdere keren per dag appte om te vragen hoe het was. Iemand die me hielp mijn leven op orde te krijgen. En vooral iemand die begreep hoe ik in elkaar stak. Inzag dat vertrouwen heel belangrijk voor me blijft. In de B-jeugd trof ik een trainer waarmee ik nauwelijks een klik had. Toen ging ik weer lastig doen. Net zoals in de A1. Het klinkt vreemd, maar ik ben beloond voor mijn slechte gedrag. Op mijn zeventiende mocht ik al door naar de selectie, omdat ze me bij de A1 beu waren. Ik moest zelfs weg, maar Rik raadde me aan een brief te schrijven. Mocht ik terugkeren. Sinds ik bij de senioren speel, is alles goed op zijn plek gevallen.”

Uitdaging
“Ik moet uitgedaagd worden. Had ik in de jeugd twee keer gescoord? Vond ik het wel genoeg. Dan vocht ik niet meer en had een trainer niets meer aan me. De mentaliteit om door te gaan, is me in het volwassenvoetbal bijgebracht. De puzzelstukjes zijn in elkaar gevallen. Daarvoor wil ik ook familie Van Streun bedanken. Zonder hen had ik dit niet gered.”

De bal, waarmee hij het bezoek op het pleintje opwachtte, is een bewijs. ‘Koninklijke HFC – Spakenburg, 11-5-2019, hattrick Lewis’ is er met zwarte viltstift opgeschreven. “Hij ligt op de kast. Als ik ’s ochtends wakker word, kijk ik daar direct tegenaan. Dat bezorgt me een glimlach. Het is helaas niet de wedstrijdbal, die konden ze niet meer vinden. Materiaalman Gerard Smit heeft dit nog voor me geregeld. Het hoefde van mij niet per se, maar ik ben zeker trots. Vroeger was ik nooit voor een derde treffer gegaan. Nu bleef ik gefocust. Een week eerder tegen Jong Almere City speelde ik dramatisch. De trainer vroeg in de rust of ik uit was geweest. Ik was verrast dat ik tegen Spakenburg opnieuw in de basis mocht beginnen. Ik dacht: fuck alles, verstand op nul en gewoon voetballen. Ook in de laatste twee wedstrijden scoorde ik. Jammer dat het seizoen toen was afgelopen. Anders was ik nog clubtopscorer geworden.”

Vorig jaar is Lewis teruggekeerd in de schoolbanken. “Ik volg mbo-t in deeltijd. In juni slaagde ik voor vier vakken. Aardrijkskunde, Maatschappijleer, Wiskunde en Nederlands. In het nieuwe schooljaar wacht Geschiedenis, Engels, Economie, Frans en mijn profielwerkstuk. Daarna wil ik door naar het mbo en dan het hbo. Ik wil iets van mijn leven maken. Mijn grootste droom is terugkeren in het betaald voetbal. Het liefst speel ik op tien. Een positie waar ik met mijn dribbels gevaarlijk ben, met steekpassjes teamgenoten kan wegsturen en de diepte kan zoeken. Ik heb ruimte nodig, speel op intuïtie. Maar ook op andere posities op het middenveld en in de aanval kun je me neerzetten. Het zal niet gemakkelijk zijn om ooit mijn moeder en broertjes te verlaten. Maar ik blijf altijd in Schalkwijk terugkomen. Ik heb hier veel meegemaakt. En daarvan heb ik nu nog maar een miniem deel verteld.”

image_4_2.png

<<kader>>
Broer Fernando
Broer Fernando Lewis (26) speelde in de jeugd van Ajax en AZ en tekende in de zomer van 2017 een contract bij Willem II. “We spreken elkaar haast dagelijks. Hij is zes jaar ouder en al jaren het huis uit. Ik denk niet dat hij weet wat ik allemaal heb doorgemaakt. Dat kan hij ook niet allemaal weten. Ik neem hem niets kwalijk. Hij was een vaderfiguur, maar blijft kritisch. Ik vergeet nooit dat hij kwam kijken in de A1. We speelden tegen SV Diemen. Ik maakte er drie en was superblij. Zei Fernando na afloop keihard dat ik er zes had moeten maken. Ik wilde toch profvoetballer worden? Niet stoppen na drie goals. Daarover was ik pissig, boos en nijdig. Achteraf had hij natuurlijk gelijk. Hij wil het allerbeste voor me.”

Tekst: Sander Berends
Fotografie: Vincent de Vries

bron: Elf Voetbal augustus 2019

 

 

 

 

Nieuws overzicht