Zaterdag 25 mei 2019 HFC-Katwijk 4-0 The best of the rest

Meestal is “the best of the rest” een plaats waar niemand op wil eindigen. In medailletermen betekent dat over het algemeen dat je het podium net hebt gemist. Een topsporter legt zich eerder neer bij een ruime nederlaag omdat de tegenstander gewoon te goed was, dan bij een frustrerende vierde plek, waar de prestatie bijna een bronzen medaille – en dus een podiumplek – had opgeleverd. Brons op de Olympische Spelen klinkt toch anders dan een vierde plaats.

Maar voor mij betekent de door ons Eerste behaalde vierde plaats in de eindrangschikking een medaille van onbekende samenstelling, maar wel eentje met een gouden randje. Hoe komt het dat we op die plaats zijn terechtgekomen? Simpel: we hebben vaak tegen de sterkste ploegen geschitterd en tegen de zwakste geschutterd. Maar het allerbelangrijkste is – en trainer Gertjan Tamerus wees er na afloop terecht op – ons Eerste en de technische staf en begeleiders er omheen hebben bewezen een hecht geheel te zijn. Niet alleen bij succes, maar ook en vooral bij falen of pech.

Gelukkig blijkt dit collectief niet uit robots te bestaan, maar uit gewone mensen, met normale menselijke eigenschappen. Mensen die op onverwachte momenten schitteren of schutteren, maar die elk moment hun rug rechten en gezamenlijk optrekken om de volgende klus te klaren. Dat is het beeld dat ik van het afgelopen seizoen van ons Eerste heb overgehouden.

Toegegeven, de wedstrijd tegen Katwijk ging eigenlijk theoretisch alleen nog maar om de eer, maar je speelt wel tegen de amateurkampioen van Nederland van vorig jaar. Helaas mogen we die betiteling ‘Kampioen van Nederland bij de amateurs’ van de KNVB niet meer gebruiken: een van de misperen die in de Zeister bossen zijn opgeborreld bij het opzetten van de megalomane voetbalpiramide, met een zwik eisen waarvoor een hoop amateurclubs inmiddels vriendelijk heeft bedankt. Dus alleen de full profs mogen zich nog kampioen van Nederland noemen. Jammer, want er is wel degelijk een scheiding tussen de tweede divisie en de eerste, hoewel we die laatste ook elke keer maar weer een andere naam moeten geven: Jupiler League, Keuken Kampioen Divisie. Leg dat maar eens uit aan een buitenlander.

Voor mij is het simpel: als je kampioen van de tweede divisie wordt, ben je kampioen van Nederland bij de amateurs, om de doodeenvoudige reden dat in deze klasse geen sprake is van beroepsvoetbal organisaties (bvo’s), hoewel de KNVB er wel tweede teams van bvo’s als storende factoren in laat meespelen. Voor mij was Katwijk vorig jaar de amateurkampioen van Nederland en dit jaar is dat AFC uit Amsterdam. En als je tegen deze grootmachten punten haalt doe je het goed.

Maar laat ik het bij de wedstrijd houden. Ik weet niet of u het Haarlems Dagblad leest, maar verslaggever Rob Spierenburg is niet de enige die zich al tijden afvraagt hoe het komt dat Haarlem maar geen voetbalstad wil worden. Ook columnist Frans van Deijl mengde zich afgelopen vrijdag met zijn artikel ‘Frans op vrijdag’ in de topsportarmoede die de stad Haarlem kent door voetbalminnende Haarlemmers op te roepen eens naar de Spanjaardslaan te komen.

Niet elke wedstrijd zal even goed zijn, maar vandaag gaf toch de fine fleur van het topvoetbal in de regio een fraaie voorstelling. Twee technisch goede ploegen, die elkaar met respect benaderden, een prima scheidsrechter en foutloze assistenten, geen gele, laat staan rode, kaarten, mooie een-tweetjes, en drie-, vier of zelfs vijfhoekjes. Vooral de boeiende eerste helft was voor de voetballiefhebber er eentje om van te smullen. Het spel golfde op en neer met als hoogtepunt enkele snel opeenvolgende sensationele momenten toen binnen drie minuten HFC even zovele kansen kreeg op de 1-0, dankzij mooie acties van Jacob Noordmans, Daniël van Son en Floris van der Linden, waarbij de Katwijkse doelman Mark de Vries zich kon onderscheiden.

HFC startte zonder keeper Tom Boks en de geblesseerde Robin Eindhoven, Khalid Tadmine, Danny Hols, en Peet van der Slot. Probleem voor trainer Gertjan Tamerus zou je zeggen. Nee dus. HFC’s tweede keeper, Gerard van Rossum, mocht voor deze gelegenheid, waarover hieronder meer, het doel verdedigen en voor de anderen trok Tamerus een blik vervangers open die stuk voor stuk bewezen hun plek in het Eerste waard te zijn.

Gerard van Rossum is - helaas moet ik het doen met een gemeenplaats – een fenomeen. Gerard heeft, met uitzondering van het seizoen 2012/2013, vanaf 2006 tot en met vandaag 187 wedstrijden in het Eerste gekeept. Hij had er geen enkele moeite mee om vanaf 2011 een stapje terug te doen en zich dikwijls te schikken in de rol van reservekeeper, om plaats te maken voor jonger talent. Maar in bekerwedstrijden stond hij standaard tussen de palen. Soms werd aan hem zelfs de voorkeur gegeven in reguliere competitiewedstrijden, al was het alleen maar bedoeld als signaal voor de anderen dat een plek in het Eerste voor niemand een automatisme is.

In de 38’ minuut was het Vincent Volkert die aan de basis stond van HFC’s eerste doelpunt. De bal plofte voor de voeten van Franklin Lewis, die geen seconde aarzelde en vanaf de rand van het strafschopgebied uithaalde. Ook Lewis is een speler die wat aandacht mijnerzijds verdient. Ik heb hem diverse keren in het Tweede aan het werk gezien. Dat-ie kan voetballen is duidelijk, maar hij straalde niet altijd de heilige wil uit. Soms gemakzuchtig, arrogant, niet scherp en de indruk wekkend dat hij het Tweede beneden zijn kunnen achtte. Dat laatste klopt: want hij is wel degelijk rijp voor het Eerste en het is aan Gertjan Tamerus te danken dat Franklin nu in de rol die hij graag op het veld speelt tot bloei is gekomen. Hij dartelt graag rond en kan zich dan opeens in een kansrijke positie manoeuvreren. En met zijn snelheid en schotkracht kan hij van grote waarde worden. Maar ik heb het hierboven ook al gezegd: voor niemand mag een plek in het Eerste een automatisme zijn.

Direct na de rust, die met een 1-0 voorsprong voor HFC was ingegaan, toonde Katwijk de noodzakelijke vechtlust met een viertal corners binnen enkele minuten, maar die storm luwde al snel. De soms weergaloze Daniël van Son wurmde zich in de 56e minuut langs drie verdedigers en werd door de vierde neergelegd. Scheidsrechter Cantineau aarzelde geen seconde. Dat deed ook Floris van der Linden niet, die de toegekende strafschop feilloos benutte. Ook Floris is zo’n speler die langzaam tot bloei komt. Drie minuten later was hij degene die, na een combinatie met Franklin Lewis, het derde doelpunt liet aantekenen met een bekeken lob. En het was weer Lewis die vanaf de achterlijn Tim van Soest in staat stelde de 4-0 binnen te kegelen.

Scheidsrechter Cantineau zag geen enkele reden om de wedstrijd te voorzien van extra minuten en floot na 89 minuten en 58 seconden af.

Over publieke belangstelling gesproken: ik weet niet of u op zondag 26 mei de beelden heeft gezien van de kampioenswedstrijdstrijd tussen de hockeyclubs Bloemendaal en Kampong. Wat mij opviel is dat er een enorm contingent jeugd, van pupil tot puber, de tribunes bevolkte. Honderden kinderen die hun ploegen aanmoedigden. Het blauw van Kampong en het oranje van Bloemendaal. Na afloop stroomde het veld vol met kleine en grotere Bloemendalertjes die hun helden wilden aanraken en toejuichen.

Waar blijft het Haarlemse publiek bij topwedstrijden op amateurniveau? Verslaggever Rob Spierenburg vraagt het zich al lang af en Frans van Deijl roept: “Haarlem, laat je horen!” Ik zou zeggen: “Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en regio, laat je zien en horen!” Want het ledenbestand van HFC bestaat uit meer dan alleen Haarlemmers. Maar HFC is nou eenmaal een Haarlemse club. Vandaar.

Waar zijn de liefhebbers van een goede partij amateurvoetbal of de vaders en moeders die op zaterdag- of zondagmiddag hun kinderen meenemen naar de club van hun keuze of waar zij lid van zijn om hun helden aan te moedigen? Of zijn de enige helden de profvoetballers die zij kennen van de televisie? Kennelijk. Mijn eigen kleinzoons wisten en weten niet één speler van het Eerste van HFC of het Bennebroekse BSM te noemen, maar vraag ze naar alle spelers van het Eerste van Ajax, Barcelona, Bayern München, Manchester City of Real Madrid – u ziet, ik hanteer de alfabetische volgorde – en er volgt een foutloze diarree aan namen.

Maar ja, ik ben dan ook van een andere generatie. Het zij zo.

Al met al is HFC op de vierde plaats in de eindrangschikking geëindigd. Een fantastische prestatie. En dus: een medaille van onbekende samenstelling, maar wel eentje met een gouden randje. Bravo!

Na afloop nam voorzitter Dirk Jan Rutgers het woord. Er waren bloemen en woorden van waardering voor Oscar Wilffert die vandaag zijn honderdste wedstrijd voor het Eerste had gespeeld, en voor Feyo Glim, Daan Driever, Mounji Mounir, Louk Dekkers en Loet de Kwant voor hun rol als geduldige reserves.

Een speciaal woord was er voor Gerard van Rossum. Gerard heeft vanaf 2006 tot en met vandaag 187 wedstrijden in het Eerste gekeept. Gerard – voor de gelegenheid in deze wedstrijd optredend als captain - is inmiddels 42 jaar en is zo fit als een achttienjarige. Maar hij vond het tijd worden om een stapje terug te doen en met selectievoetbal te stoppen. Het zij hem van harte gegund. Ik noemde hem een fenomeen en wil dat hier herhalen. Gelukkig blijft hij voor HFC behouden, want Dirk Jan Rutgers kon met enige trots mededelen dat Gerard als keeperstrainer wordt toegevoegd aan de technische staf.

Hoofdtrainer Gertjan Tamerus hamerde erop dat het bereikte resultaat de som is van de inspanning van velen. “We zijn een team van spelers, trainers, verzorgers, begeleiders, bestuurs- en commissieleden en niet te vergeten supporters. We moeten het met z’n allen doen en we hebben het met z’n allen gedaan. En dat moet zo blijven in voor- en tegenspoed”, aldus Tamerus.

Laten we ons niet blind staren en de lat voor volgend seizoen niet te hoog leggen. We zijn de club met een bescheiden budget in vergelijking met de meeste concurrenten uit de tweede – en zelfs derde – divisie. Het lukt alleen als we het met z’n allen doen. Gertjan Tamerus had helemaal gelijk.

De voorzitter besloot de korte bijeenkomst op het hoofdveld met een compliment aan ‘Directeur Sportif’ Sander Vink, want die draagt als bestuurslid de verantwoordelijkheid voor het technisch beleid van HFC en, gezien de geleverde prestaties en de ontwikkeling op het gebied van het selectie- en het breedtevoetbal bij HFC, doet hij dat voortreffelijk.

Een paar honderd HFC’ers vormden ten slotte het koor voor het clublied van HFC.

Bert Vermeer

Opstelling HFC: Gerard van Rossum (k), André Morgan, Oscar Wilffert, Wessel Boer, Vincent Volkert, Daniël van Son, Jacob Noordmans, Lars Weistra (81’ Jeffrey Sam Sin), Franklin Lewis, Tim van Soest (77’ Daan Driever) en Floris van der Linden (77’ Koen Beeren). Verder op de bank nog Tom Boks (k), Feyo Glim, Loet de Kwant en Louk Dekkers.

 

 

Nieuws overzicht