In de hekken: Koninklijke HFC laat voetbalhart kloppen

In De Plaatselijke FC bezoek ik, Jeroen Achtereekte, iedere week een club uit de Tweede Divisie. Ik wil cultuur proeven, het gras ruiken en de succesverhalen van de tribunes en alles rondom de club beschrijven. Het gaat mij niet om de wedstrijd. Of de shirtsponsor. Of hoe de club bepaalde spelers aantrekt. Ik wil beschrijven wat supportersgroepen van clubs uit de Tweede Divisie clubs doen, hoeveel tijd vrijwilligers iedere week in de club steken, en wat de hotspot van iedere 'plaatselijke FC' is. Tradities, stadioncultuur, bijgeloven. Kortom, alles wat de club uniek maakt.

LONGREAD || Soms heb je wel eens van die dagen dat je bepaalde stadions voorbij ziet komen. Oud, vervallen en vol nostalgie. Je raakt verliefd en krijgt kippenvel. Dat had ik bij de in Haarlem.

“Pim, bedankt!”
Er staat een aardig windje, maar de zon maakt erg veel goed. Ik kan mij niet meer herinneren wanneer ik zonder shawl en handschoenen de deur uit ging, maar vandaag was zo’n dag dat ik het aandurfde. Ik besluit dan ook om met het openbaar vervoer van Deventer naar Haarlem af te reizen. ‘The Good Old’ wordt de club ook wel genoemd. En de club van vandaag is de oudste voetbalvereniging van Nederland. Zo oud, dat ik bijna een cursus oud-Nederlands wil volgen om te begrijpen hoe de historie van de voetbalclub in elkaar zit. Maar ik kom eruit.

Volgens de club kan je stellen dat voetbal zoals jij en ik het kennen is uitgevonden in Haarlem. Pim Mulier introduceerde in 1879 voetbal op een veld, spelend rond drie populieren. Wat maakte hem die bomen uit. Ze speelden er wel omheen. Kon hij weten dat het uiteindelijk ’s werelds grootste sport zou worden. Daarmee was ook de eerste voetbalvereniging een feit. HFC Haarlem. Volgens de geschiedenisboeken werd de eerste wedstrijd gespeeld tegen Amsterdam Sport, in 1886.

Pim, mag ik je bij deze bedanken? Wat zou ik zonder voetbal moeten? Als ik het zo bekijk is mijn leven in ieder geval veel saaier zonder voetbal. Neem nou afgelopen weekend. Ja, interlandvoetbal. Maar ik sta zaterdag iets makkelijks te koken om vervolgens met een bord op schoot af te stemmen naar de half zeven wedstrijd op televisie. Zet ik FOX Sports aan om de eerste wedstrijd van de zaterdagavond te kijken, is er niets. Een weekend zonder voetbal kan ik dus nauwelijks aan. Maar goed, genoeg over mij. Ik moet gauw op het stopknopje in de bus klikken, want ik kom aan bij halte Blauwe Brug in Heemstede. Heemstede?

toegangspoort_2.png
Nostalgische entree Koninklijke HFC.

Cult

Ik heb afgesproken met een legende van de Koninklijke HFC. Ton Geerling. Hij wil er zelf niet aan, maar hij is een persoon waar ik eenmaal bewondering voor heb. Vroeger, toen de doelpalen nog hoeken hadden, de velden standaard modderpoelen waren en je niet allemaal exact hetzelfde tenue aan had, dartelde Geerling in de voorhoede van de Haarlemse club. En nu is de beste man de complexbeheerder van Koninklijke HFC. Maar goed, je vraagt je vast af waarom ik in Heemstede uitstap. Tot 1927 was Heemstede nog een zelfstandige gemeente. Na een annexatie behoorde de plaats tot de gemeente Haarlem, waardoor het huidige sportcomplex nu tot de gemeente Haarlem behoort, maar op steenworp afstand van Heemstede af staat. En zelfs dat is nog ver. Stap je op het terrein van het sportcomplex, sta je in Haarlem. Loop je een paar meter terug, sta je in Heemstede.

Het prachtige complex zie je vanuit een steegje al liggen. Tussen de huizen door kijk je op het legergroen gekleurde clubhuis. Je waant je terug in de tijd als je de toegangspoorten passeert. ‘Haarlemsche Football Club’ prijkt er met trots. Ton Geerling zit al in de kantine van het clubhuis. Ik loop richting het clubhuis, maar ik zie rechts de hoofdtribune liggen. Ware cult. Op dat moment heerst er een raar gevoel bij mij. Dat gevoel van vroeger als klein kind. Toen je jarig was, net je cadeautjes had gekregen, maar het nog niet mocht uitpakken. Zo graag loop ik liever eerst naar de tribune. ‘Nog eventjes wachten tot de visite er is Jeroen’ hoor ik mijn moeder al zeggen. Goed, dat cadeautje pak ik later wel uit. Op naar het clubhuis.

clubhuisentree_1024x756_1_2.png
‘Altijd op europa cup avonden’
Ik loop naar binnen en tref een prachtige kantine. Oud, bruin, kroonlampen, de geur van koffie en Ton. ,,Dag Jeroen, kun je nog heel even wachten, neem daar maar plaats”, zegt hij. Bijna iedere dag is Ton op de club te vinden en ’s maandags doet hij samen met een andere vrijwilliger de geldzaken. Tijdens het wachten besef ik mij dat tijdens deze trip verschillende accenten de revue hebben gepasseerd. De boerse ‘ooo’ in Hardenberg, de zachte G in Groesbeek, het platte in Werkendam en hier in Haarlem heeft Ton in ieder geval een ietwat kakkerig accent. Grappig. ,,Zo, van De Plaatselijke FC ben jij dus. Wil je koffie?”, hoor ik Ton vragen van de andere kant van de kantine. Zwart graag, Ton.

De kantine mag er dan oud uit zien, we nemen wel plaats op echte Chesterfield-banken. We zijn toch in Haarlem, dus waarom niet. Ton verwacht een kruisverhoor van mijn kant, maar ik schrijf eigenlijk nooit vragen op. Lekker kletsen, rondlopen op de club en dan komen de mooiste verhalen wel. ,,Jij hebt dat allemaal niet meegemaakt natuurlijk, maar vroeger was echt alles mooier”, begint Geerling. ,,Ik voetbalde dan wel bij HFC, maar dacht je dat wij onze tenues van de club kregen? Ik moest maar zorgen dat ik een oud overhemd of iets dergelijks had. Die knipte ik dan zo, dat het een wedstrijdshirt was. Lange tijd had niemand in ons team exact hetzelfde tenue aan, hoor.”

bartongeerling_2.png
Rechts achter de bar Ton Geerling.

Geerling vindt het een cliché om hem een kind van de club te noemen. Toch noem ik al gauw een aantal aspecten op die er dichtbij komen. Van jongs af aan gevoetbald bij de club, vervolgens in verschillende hoedanigheden actief geweest in het bestuur en als vrijwilliger. En nu zelfs complexbeheerder. ,,En dan woon ik ook nog eens op een paar honderd meter afstand van de club”, voegt hij toe. En dat Ton nu complexbeheerder is geworden, is niet geheel onlogisch volgens hemzelf. ,,Och jongen, toen ik nog voetbalde was ik al met veel dingen buiten het veld bezig. Potverdrie, wat een prachtig complex had en heeft HFC zeg. Die hoofdtribune, zoiets zie je niet op veel plekken meer. Vroeger stond er rechtsachter het doel ook een tribune. Helaas is die verloren gegaan door een enorme brand.”

,,Wat ik zoal doe? Bijvoorbeeld iedere maandag doen wij de financiën. Maar ik ga ook met de prikker rond het hoofdveld om afval op te ruimen. Zet de limonade klaar voor de jeugd. Ken de bar als mijn broekzak, waardoor ik iedereen van dienst kan zijn. Het is een dankbare taak”, zegt hij met een glimlach. ,,Of de club gastvrijer is geworden door mij?”, herhaalt Ton mijn vraag. ,,Ik praat niet graag over mijzelf, maar daar ben ik wel mee eens. Iedereen weet dat zij hier iedere dag vanaf 15:30 terecht kunnen. Ze zien mijn gezicht en weten dat het goed zit.”

hoofdtribune_e1522399135481_2.png
De tribune van de ‘Koninklijke Haarlemsche Football Club HFC’.

De oudgediende voelt zich prettig bij deze vrijwilligersfunctie. Hij voert het al jaren uit, hoewel hij daarvoor wel in het bestuur heeft gezeten. ,,Dat hield ik maar drie jaar vol. Fijne gesprekken hoor, maar die konden vaak afgedaan worden in een paar minuten. En het werd altijd op een Europa Cup (lees: Champions League) avond gepland. Ik was klaar met het kijken van de samenvattingen, dus ben ik gestopt met mijn bestuurlijke functies zodat ik Messi live kon bekijken op de beeldbuis.”

Nostalgie ten top
‘Jeroen, nu mag je de cadeautjes uitpakken’, hoor ik mijn moeder zeggen. Ik trek mijn jas aan, pak de camera en waan mij even in een andere tijd. Toen voetbalschoenen nog ‘kicksen’ werden genoemd. Een vrije trap een ‘free kick’ heette en buitenspel gewoon ‘offside’ was. Dat is gewoon Engels, Jeroen. Ja klopt, maar zo zegt mijn opa van tachtig jaar het in ieder geval ook. Die weet ook waar hij het over heeft, als oud-AGOVV’er. Goed.

Die tribune, man wat een pareltje. Een dak van hout en verroest ijzer. Kozijnen die compleet verrot zijn. Houten bankjes, met daaronder een grote zandbak. Waarschijnlijk dient die zandbak voor het aantal peuken dat erin gegooid wordt. Of sigaren. Er hangen witte megafoons aan het dak, maar die zijn zo vies, dat het bijna zwart genoemd mag worden. Voor veel mensen is dit een doodnormale, oude en vieze tribune. Voor mij is dit de hoofdprijs. Het ademt voetbal.

rottetribune_1024x678_1_2.png

De tribunes zijn net zo verrot als het huidige tijdperk voetbal, waarin alles om geld en macht draait. Om je heen hoor je de stilte van het bosrijke gebied, met daarachter de Haarlemmerhout. Vroeger was er een ingang vanaf de Haarlemmerhout. Dat is nog te zien aan het klassieke toegangshek, dat nu op slot zit en vastgemaakt is aan een nieuw hek. Toen liepen er nog heren in lange jassen met hoofddeksels naar de club. Juichend met twee armen gestrekt in de lucht na een doelpunt, in plaats van het kussen van het veld, dabben of rare dansjes.

Afijn. Ik loop verder naar de andere kant van het hoofdveld. En ook al moeten de Koninklijken op de centjes letten, hier ligt wel echt gras. En met beduidend minder inkomsten dan andere clubs uit de Tweede Divisie, en logischerwijs ook clubs uit de Jupiler League en Eredivisie, vraag ik mij in godsnaam af waarom dat niet kan bij alle ‘kunstgrasclubs’. Kunstgras op trainingsvelden, prima. Maar je vermoordt het spelletje met kunstgras op het hoofdveld. Maar goed, ik heb allesbehalve verstand van centjes. Aan de andere kant van het veld staat een klein hok. Het blijkt een soort koffiecorner te zijn. Bovenop die ‘corner’ staat normaliter de camera die de wedstrijd filmt. Aan dit soort dingen merk je echt nog dat ik bij een amateurclub ben. 
tribune_1_2.png
De ‘peukenbak’ onder de tribune.

‘Aan onze Spanjaardslaan’
Teruggekeerd in het clubhuis krijg ik nog een kop koffie aangeboden. Op de televisie is een samenvatting van PSG – Real Madrid te zien. ,,Het is wel mooi hoor, dat topvoetbal, maar ik denk graag terug aan vroeger. Toen je contract nog op een bierviltje werd geschreven. Of dat een andere club je wilde overnemen en zij je alleen nieuwe schoenen aanboden, meer niet. Heerlijk”, vertelt Geerling lachend. Nee, de Koninklijke HFC heeft het niet makkelijk als Tweede Divisie-club. Ik proef erg goed dat de club op de centjes moet letten. Niet voor niets ziet het complex er veroudert uit. Maar stuk voor stuk zie ik mensen binnenlopen met een glimlach. Het clublied past erg bij een dag zoals ik die heb meegemaakt in Haarlem. ‘En wat er ook gebeuren mag. In top blijft toch steeds onze vlag. Het blauw en wit fier bovenaan, aan onze Spanjaardslaan.’ Bedankt Ton, tabé Haarlem!

roest_1024x678_1_2.png

Bron: www.indehekken.net

 

 

 

 

 

 

 

 

Mededelingen overzicht