Sponsorborrel Koninklijke HFC – 24 september 2021

Na 28 februari 2020 werd het stil rond de sponsorborrels. Weet u het nog? Imker Pim Lemmers op die avond aan het woord? En op 24 september 2021 is het dus één jaar en zeven maanden geleden. In die tussentijd is er veel veranderd. En dan heb ik het niet over de gevolgen van de coronapandemie. Het wordt dus een wat langer verhaal dan een korte impressie van deze sponsorborrel.

Na een jaar of dertig had het gouden koppel Henk Uildriks en Bob Witjas te kennen gegeven terug te willen treden, waarna zich een nieuwe Sponsorcommissie vormde onder het voorzitterschap van Freek Wiesenhaan. De overige leden van de commissie zijn de dames Ella Blommaert-Zander en Monica Versteegh en verder de heren Bart van Aalst, Sebastiaan Albada Jelgersma, Alex Meek (secr.), Tjeerd Jager en Ernst Kalbfleisch, elkeen met zijn of haar eigen taak.

Daarmee zal de opzet van de Sponsorborrels ook enigszins veranderen. Het plan is onder andere om het aantal sprekers te beperken tot ongeveer vier per seizoen en de overige borrels in het teken te laten staan van participatie door middel van bijvoorbeeld het organiseren van evenementen, het doen van bedrijfsbezoeken en het betrekken van de sponsors bij HFC-activiteiten. Kortom, meer dynamiek in de bijeenkomsten en stimulering van de band met de club.

Ondertussen gingen de broodjes, de hapjes en de drankjes rond.

En één zo’n evenement vond vandaag al plaats: het ‘Koninklijke Croquet Kampioenschap’. HFC’er Maarten Meijer, voorzitter van de Dutch Croquet Association, had een kort parcours uitgezet op Veld 4 en verhaalde voor aanvang van de strijd om de beker over de geschiedenis van het croquetspel, waarbij het gaat om met behulp van een loodzware houten hamer een harde bal ter grootte van een oversized grapefruit door een aantal nauwe poortjes te slaan.

De oorsprong gaat terug tot ca. 1500 (na Christus, dat dan weer wel) in welke tijd het spel al gespeeld werd in het Italiaanse Firenze (Florence). Het spel woei later over naar Frankrijk waar het aan het hof van Lodewijk de 14e (1638-1715) tot bloei kwam. Vanuit Frankrijk bereikte het spel het ‘Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië en Ierland’, waar het aan land kwam in de Victoriaanse tijd (1837-1901).

Dit tijdperk kenmerkte zich door hypocriete preutsheid. Vrouwen moesten kuis zijn, mannen mochten, zolang ze het niet al te bont maakten, zich uitleven in de talloze bordelen. “Des te opmerkelijker is het dus dat croquet zich in die tijd ontwikkelde tot de eerste, en volledig gelijkwaardige, gemengde buitensport ter wereld”, aldus Maarten Meijer. Dames mochten dus meedoen en dat is opmerkelijk in een periode waarin vrouwen alleen gechaperonneerd over straat mochten.

Ondertussen gingen de broodjes, de hapjes en de drankjes rond.

Croquet is net als golf een handicap-sport. Dat houdt in dat een zwakkere speler toch van een sterkere kan winnen. Maar vandaag ging het niet om de officiële regels van croquet. Het was al moeilijk genoeg om met zo weinig mogelijk slagen de houten bal door de poortjes naar het eindpunt te slaan.

Toen de rook was opgetrokken bleek Chris Braam (Gabriëlle Makelaardij) als enige van de ongeveer dertig deelnemers de eindstreep onder de tien slagen gehaald te hebben. Met een score van negen slagen werd hij de winnaar van de cup met de kleine oren en – om de historische band met Italië te onderstrepen – de gelukkige eigenaar van een fles limoncello. Richelle Boon (Endeavour Group) en onze eigen hoffotograaf Robert van Koolbergen eindigden met tien slagen ex aequo op de tweede plaats. Zij verdienden een training van de spieren in het sportcentrum van Sven Roomeijer, manager-trainer van fit20 met vestigingen in Bloemendaal, Heemstede en Hillegom. Chris was trots op zijn beker en Richelle en Robert waren uitzinnig van vreugde. Tenminste dat bleek uit de verschillende reacties.

Ondertussen gingen de broodjes, de hapjes en de drankjes rond.

Als laatsten kwamen HFC’s hoofdtrainer Gertjan Tamerus en oud-voorzitter Gert-Jan Pruijn aan het woord. Waar de ene Gert-Jan de andere Gertjan interviewde gaf de andere Gertjan de ene Gert-Jan antwoord, totdat de andere Gertjan de ene Gert-Jan een vraag stelde, waarop de ene Gert-Jan de andere Gertjan een antwoord gaf. Kortom, het werd gezellig.

Ondertussen gingen de broodjes, de hapjes en de drankjes rond.

Het bleek er uiteindelijk op neer te komen dat onze zondagselectie na twee jaar van geheelonthouding toe is aan een trainingsstage in de winterstop. En bij voorkeur in een warm land. Anders kun je net zo goed in Haarlem blijven. Het is algemeen bekend dat wij het moeten doen met een van de laagste, zo niet de laagste begroting van de Tweede Divisie. Dat houdt in dat wij het moeten hebben van getalenteerde voetballers, het liefst uit de eigen jeugdopleiding, die zich op basis van conditie en fitheid kunnen meten met duur ingekochte spelers bij de concurrentie.

Gertjan Tamerus legde uit dat een trainingsstage in de winterstop een tweeledig doel heeft: conditiebehoud en teambuilding. De conditie kan op peil gehouden worden door trainingen in een prettig klimaat, niet gehinderd door kou, regen, sneeuw, bevroren of onbespeelbare velden. En voor zo’n trip is geld nodig. Niet om uren te luieren in de zon, maar om veel te kunnen trainen en om op één stapavond aan teambuilding te kunnen doen.

De keus is gevallen op een verblijf in Huelva (Zuid-Spanje) bij RC Recreativo Huelva (1889), de oudste club van Spanje en tevens lid van de Club of Pioneers. Eerdere contacten hebben ertoe geleid dat een eventueel bezoek onzerzijds op een warm welkom kan rekenen, met als kers op de taart een vriendschappelijke wedstrijd tussen veteranen van beide clubs. Uiteraard mogen sponsors meereizen en wellicht ook meespelen in het veteranenteam van HFC.

De Spanjaarden waren al zo vriendelijk ons een wedstrijdshirt toe te sturen met op de rugzijde in grote letters en cijfers ‘Kon. HFC – 1879’. Nou , zo’n uitnodiging wil je toch niet afslaan? Dus, dames en heren sponsors, wat let jullie?

Daarna gingen nog één keer de broodjes, de hapjes en de drankjes rond. En toen was het mooi geweest.

Bert Vermeer
Foto's: Robert van Koolbergen