AstraZenecatastrofe

Het zijn enerverende weken voor een oude man: verkiezingen, alle winkels dicht, geen wedstrijden aan de Spanjaardslaan, geen ommetje ’s avonds, restaurants verboden terrein,  Parijs op slot. Ga zo maar door.

En dan dat vaccineren. Heeft u al zo’n prik gehad? Nou ik wel. De eerste. Maar niet de beste. In een sporthal in Apeldoorn. Groot en mudvol.  Een walm van slechte adem. De ontvangst staat in het teken van geruststelling. Vragenlijst invullen. En dan naar binnen. Alle stoelen bezet. Er zijn veel prikkers en priksters afwezig (weekend). De overgeblevenen doen hun werk zo goed mogelijk. Maar wel heel traag. Onze geplande priktijd is 18u10. Om 20u05 zijn we aan de beurt.

 

Ik wil u (de nog niet geprikten) niet onnodig bang maken. Maar leuk is het niet. Van boven alles uit. Het is koud in de hal. Dan dat denigrerende kijken naar mijn arm. ‘We gaan eerst ontsmetten’. Dat klinkt redelijk. ‘Nu moet u de andere kant opkijken’. Als ik dat niet direct doe, wordt de toon al agressiever.  ‘Kijkt u maar naar rechts, dan ga ik u links prikken. Het is zo gebeurd’. Nee dus. Mijn arm blijkt weerbarstig. De spuit gaat er niet in. Na drie pogingen draai ik me om en vraag of alles naar wens gaat. Harteloos steekt ze met kracht de naald in mijn bovenarm. ‘Zo die zit’ zegt ze triomfantelijk.

‘Nu nog even de pleister vasthouden en dan kunt u zo vertrekken’. Het absorptievermogen van de pleister is niet ingesteld op de bloedingen die door de drie prikken zijn ontstaan. Het gulpt echt uit de gestoken gaten. ‘Dat gebeurt wel vaker bij mensen die te gespannen zijn’. Lucie (80) kijkt bezorgd toe en vreest het ergste. Gelukkig heeft zij nog een mooie, glanzende, soepele huid. Ze is binnen een mum geprikt. Zonder bloedverlies.

Drie weken later. De tweede prik. Nog veel meer gedoe. ‘Ik zie dat u bij de eerste prik veel bloed heeft verloren. We gaan proberen dat te voorkomen. U wordt op een andere plek geprikt’. Ik trek uit voorzorg de hele bovenbedekking uit. ‘Nee, dat is de bedoeling niet. U moet uw broek naar beneden doen. We gaan u nu in de bil prikken’. ‘Maar dat wil ik absoluut niet. Ik wil morgen 60 km fietsen’. Onderwijl betast de dame met frisse tegenzin (het is dezelfde als de vorige keer) mijn linkerbil. ‘Dat ziet er nog goed uit’. Roept ze plagerig. ‘Bij de meesten is het een en al hangplooi. Bij u staat de zaak nog redelijk strak’. Ik voel me gevleid. Voor ik het weet zit de prik er in. Ik moet wel zelf de pleister plakken. Er loopt een schraal straaltje bloed langs mijn been. Ik besluit mijn broek niet meer aan te trekken.  De reactie van de prikdame bespaar ik u. Meer daarover een volgende keer. Nu nog te geprikkeld.

Joop van Schaik

24 maart 2021

 

 

 

 

Nieuws Overzicht